
Datageletterdheid is een containerbegrip voor allerlei verschillende vaardigheden. Om te begrijpen of je datageletterdheidsprogramma bedrijfswaarde creëert, moet je kijken naar de indicatoren van je datageletterdheidsprogramma. Twee concrete voorbeelden van deze indicatoren zijn het aantal afgeronde cursussen door je medewerkers of de gemiddelde assessmentscores voor de afgeronde datageletterdheidstraining. Deze programma-indicatoren geven je globale inzichten in de vraag of je datageletterdheidsprogramma door deelnemers wordt afgerond.
Hoewel het lastig is om direct een geldwaarde toe te kennen aan het afronden van datageletterdheidscursussen, is het een vroege indicator van hoe je datageletterdheidsprogramma waarde uit datagedreven werken mogelijk kan maken. Door bijvoorbeeld het aantal afgeronde datageletterdheidscursussen of de gemiddelde assessmentscores over de tijd te meten, kun je ze koppelen aan andere belangrijke bedrijfscijfers zoals omzetgroei, klantbehoud of omzet per medewerker. Als je dit meet vóór en na de uitrol van je datageletterdheidsprogramma, krijg je een kwantificeerbare schatting van de gecreëerde waarde.
Het aantal afgeronde cursussen meten is vrij eenvoudig en kan voor bijna alle datageletterdheidsprogramma's. Er zijn echter ook geavanceerdere KPI's die moeilijker te meten zijn, maar mogelijk beter geschikt zijn voor jouw organisatie om de gecreëerde waarde te kwantificeren.
Om te meten of deelnemers de datageletterdheidstraining niet alleen afronden maar ook hun manier van werken veranderen, moet je tool-adoptiegraden meten. Door de adoptiegraden te meten van bijvoorbeeld Tableau, Power BI, Google BigQuery of Thoughtspot, heb je een tastbare manier om de effectiviteit van je datageletterdheidsprogramma in het veranderen van werkgedrag te kwantificeren.
Idealiter meet je de adoptiegraden vóór en na de training, zodat je nauwkeurig kunt vaststellen óf, en met hoeveel, de tool-adoptiegraden zijn veranderd. KPI's die goede opties kunnen zijn om te volgen als maatstaf voor de tool-adoptiegraad zijn:
Het wekelijkse of maandelijkse gemiddelde aantal gebruikers van tools laat je zien welk percentage mensen bepaalde tools gebruikt, en hoe vaak. Dit geeft je beter inzicht in welke tools het meest worden gebruikt. En of de tools volledig worden benut. Ook geeft het aantal queries of de hoeveelheid opgevraagde data je meer inzicht in hoeveel data je medewerkers voor hun werk gebruiken. En het aantal mensen met toegang tot dashboards geeft je meer inzicht in hoeveel medewerkers descriptieve analytics gebruiken. Bijvoorbeeld om bepaalde bedrijfsdoelstellingen te volgen of om meer datagedreven beslissingen te nemen.
Uiteindelijk kun je al deze cijfers terugkoppelen aan de bedrijfsprestatiecijfers van de hele organisatie of specifieke teams. Is er bijvoorbeeld een merkbare stijging in omzet wanneer salesmanagers dashboards vaker gebruiken? Of is er een stijging in marketing-ROI wanneer marketeers datatools vaker gebruiken? Deze verbanden kunnen je een beter begrip geven van hoe je datageletterdheidsprogramma bedrijfscijfers beïnvloedt via tool-adoptiegraden.
Lorem ipsum
